Ga naar hoofdonderdeel

Kwaliteitszorg - toelichting

Kwaliteitszorg - toelichting

SKA 1. Visie, ambitie en doelen

De bestuurder is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van de scholen en stuurt de schoolleiders aan. Er is dan ook notitie kwaliteitszorg binnen Onderwijsgroep Buitengewoon. Hieraan zit de kwaliteitszorgkalender gekoppeld. Deze kalender correspondeert met de kwaliteitskalenders van de scholen van Onderwijsgroep Buitengewoon.

Eén keer per 4 jaar stelt de bestuurder het strategisch plan vast. Aansluitend hierop stelt de directeur met het team en input van ouders en partners het schoolplan op voor de komende 4 schooljaren. Het schoolplan wordt voorgelegd aan de MR van de school. De bestuurder tekent het schoolplan.

Jaarlijks stelt de bestuurder de strategische agenda voor het komende schooljaar vast. Deze strategische agenda vormt het beleidskader voor het komende schooljaar en wordt als zodanig in de kaderbrief opgenomen.

Directeuren bereiden met hun team het schooljaarplan voor, rekening houdend met onder meer:

  • Evaluatie schooljaarplan vorig schooljaar

  • Schoolplan

  • Strategische agenda bestuur

  • Uitkomsten tevredenheidsonderzoeken

  • Analyse opbrengsten

Het schooljaarplan wordt opgesteld in het vastgestelde format en is onderdeel van het werkverdelingsplan. In september presenteren de directeuren hun schooljaarplan in het directeurenoverleg. De bestuurder keurt de schooljaarplannen goed. Twee keer per jaar in maart en oktober leggen de directeuren in het kwaliteitsoverleg met de bestuurder verantwoording af over de resultaten (waaronder de tussentijdse- en eindevaluatie van het schooljaarplan).

SKA 2. Kwaliteitscultuur

De organisatiecultuur is van grote invloed op het welbevinden van medewerkers én op de kwaliteit van de resultaten. Analoog aan ons Pedagogisch Didactisch Kader spreken we van een wisselwerking tussen deze elementen waarbij de positieve opgaande spiraal leidt tot optimale onderwijsresultaten én welbevinden van medewerkers. 

Redenen genoeg om aandacht te schenken aan de organisatiecultuur en om na te denken wat een optimale organisatiecultuur voor ons als Ulingshof is om uiteindelijk samen het hoogst haalbare voor onze leerlingen en onszelf te bereiken. De cultuuraspecten kunnen we beschrijven vanuit drie invalshoeken: beleid en professionele samenwerking. 

1. Beleid
Binnen SO Ulingshof zijn we jaarlijks bezig om ons te verbeteren. We werken in een lerende organisatie waarin alle medewerkers en partners samen verder bouwen. Dit doen ze vanuit eigen verantwoordelijkheid in de rol die ze binnen school vervullen (zo autonoom mogelijk). Een voorbeeld hiervan is de aanpak bij de totstandkoming van het schooljaarplan. Bij de totstandkoming van het schooljaarplan worden de teamleden betrokken: 

  • Teamleden bekijken schoolplan (meerjarenbeleid), lopende schooljaarplan, prestatieanalyses, kwaliteitszorgkalender, externe ontwikkelingen en meerjarenscholingsplan. Op basis van een analyse en evaluatie hiervan geven zij de speerpunten aan voor het nieuwe schooljaarplan. 

  • Leerlingen, teamleden en partners bekijken de tevredenheidsonderzoeken. Tijdens de evaluatie geven zij de speerpunten voor het nieuwe schooljaarplan aan. 

  • MT verzamelt deze gegevens en zet die in een nieuw schooljaarplan. De concretisering en haalbaarheid wordt meerdere malen met het team besproken. Tijdens de startvergadering van het nieuwe schooljaar wordt het jaarplan vastgesteld.  

  • Het scholen van medewerkers staat hoog in het vaandel op Ulingshof. Er zijn medewerkers die via zij-instroom binnen komen en starten met de Pabo. Daarnaast zijn er leerkrachten die de opleiding tot intern begeleider volgen om de kwaliteit van de analyses te verhogen. Ulingshof speelt in op vragen van medewerkers om hun vaardigheden te vergroten met als doel de leerlingen te laten groeien in hun ontwikkeling. 

Deze cyclische werkwijze zorgt voor draagvlak vanuit het team voor de ambities die geformuleerd zijn. Verder weet elke medewerker wat van hem/haar verwacht wordt t.a.v. het nieuwe schooljaarplan. Het is dan ook gewoon dat de kwaliteit die we willen leveren goed en kritisch geëvalueerd wordt. Hiervoor zetten we, naast de interne analyses en evaluaties, tevredenheidsonderzoeken uit bij ouders en leerlingen. Bij specifieke ontwikkelingen wordt een klankbordgroep van ouders gevraagd om mee te denken en feedback te geven op de plannen. 

Het personeelsbeleid wordt op stichtingsniveau vastgesteld. Protocollen en regelingen staan op de Portal van Onderwijsgroep Buitengewoon.

Voor de kwaliteit van het onderwijs is de kwaliteit van de leerkracht cruciaal. Om deze kwaliteit te toetsen vinden binnen Ulingshof meerdere lesbezoeken plaats, waarbij aan de hand van een kijkwijzer de les bekeken wordt. De uitkomst wordt nabesproken met de betreffende leerkracht. Dit wordt vastgelegd in een verslag. Dit verslag komt terug in de uitvoering van de gesprekkencyclus.

De directeur maakt jaarlijks in mei/juni een analyse van de leerkrachtvaardigheden. Op basis van de uitkomsten bekijkt hij wat er op schoolniveau of individueel niveau nodig is. Scholing is vast onderwerp in de uitvoering van de gesprekkencyclus. 

Voor de werving van nieuw personeel wordt een profielschets opgesteld waar de kandidaat aan moet voldoen. Hierin worden o.a. opleidingsniveau en persoonlijke competenties benoemd.  Bij de sollicitatieprocedure is indien gewenst een vertegenwoordiger van de medewerkers betrokken (PMR).  

De nieuwe collega wordt ingewerkt a.d.h.v. een aantal te doorlopen stappen (afvinklijst). Een onderdeel hiervan is dat een nieuwe collega een collega als maatje krijgt toegewezen die hem/haar bij staat bij allerlei dagelijkse vragen. Nieuwe collega’s worden gewezen op onze organisatiecultuur en wij vragen daar commitment voor.  

Jaarlijks wordt er samen met het team het werkverdelingsplan gemaakt. Op basis van de formatie bespreken we met het team de groepen en de personele bezetting. De verdeling van taken gebeurt middels het programma Cupella. Op basis van de werktijdfactor en lesrooster worden de lestaken, lesgebonden taken, professionalisering en schooltaken per jaar verdeeld.  

2. Professionele samenwerking
Binnen Ulingshof geven we hier invulling aan door elementen van Positive Behavior Support (PBS) te gebruiken. Het doel van PBS is om een positief pedagogisch klimaat omgeving te scheppen om het leren te bevorderen en gedragsproblemen te voorkomen. Hierin nemen we ook voor medewerkers de psychologische basisbehoeften van Stevens mee: relatie, competentie en autonomie.  
Binnen Ulingshof werken we vanuit de “warme zakelijkheid”. Warm op de relatie, zakelijk op de inhoud. Er is een open bespreek- en aanspreekcultuur.

SKA3. Verantwoording en dialoog

De verantwoording en dialoog aangaande het schoolplan staat beschreven in de inleiding.  

De beleidsdocumenten van Ulingshof worden gemaakt met inbreng van het team Ulingshof, revalidatieafdeling Adelante en MR. Bij de MR wordt er bekeken of het instemmings-, adviesrecht of informatieplicht is.  

Binnen het SWV 31.01 legt de school verantwoording af over de prestaties die geleverd worden.  

Binnen het SO is er tot op heden geen prestatiemonitor. Wel werken we nauw samen met collega PO scholen waar leerlingen van SO Ulingshof naar toe gaan als integratieplaatsing of naar uitstromen als revalidatie minder nodig is. 

School is proactief naar de inspectie door het aanleveren van de benodigde documenten. 
Verder heeft de school volop contacten met de gemeenten over de ontwikkelingen op school en de verbinding met de zorg. School legt verantwoording af over de zorggelden die ingezet worden in ons onderwijs. Samen met de zorgpartners komen we tegemoet aan het recht op onderwijs voor onze doelgroep. 
Als laatste heeft de school een maatschappelijke functie door leerlingen mee te laten doen en denken als zo zelfstandig mogelijke burgers. De verantwoording en de dialoog voeren we met scholen en zorgpartners over de maatschappelijke opdracht om samen de participatie gedachte waar te maken.  

De verantwoording van het onderwijs naar leerlingen en ouders wordt gevoerd binnen onze overlegstructuur (zie kwaliteitshandboek). 

De directeur verantwoordt middels maandelijkse rapportages de uitgaven van de school. Daarnaast verantwoordt de schoolleider in de kwaliteitsoverleggen de opbrengsten van de school die conform de kwaliteitszorgkalender aangeleverd worden. 

Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten werken, het gebruik te analyseren en u beter van dienst te kunnen zijn.
Bekijk ons privacybeleid