Ga naar hoofdonderdeel

OP2. Zicht op ontwikkeling en begeleiding VSO

OP2. Zicht op ontwikkeling en begeleiding VSO

OP2. Zicht op ontwikkeling en begeleiding

Voor elke leerling is een ontwikkelingsperspectiefplan opgesteld. In dit ontwikkelingsperspectiefplan is beschreven naar welk uitstroomniveau en welke uitstroombestemming gestreefd wordt op didactisch gebied en op de leergebied overstijgende gebieden (leren leren en sociaal-emotionele ontwikkeling en voor het VSO ook voorbereiding op dagbesteding en arbeid).  

Vanuit het ontwikkelingsperspectief wordt vastgesteld aan welke doelen op de leerlijnen de leerling dient te werken. Aan welke doelen gewerkt dient te worden, is afhankelijk van de leerroute en het leerjaar van de leerling en is vastgelegd in de streefplanning van Onderwijsgroep Buitengewoon. Deze streefplanning bepaalt de lijn om de leerlingen een ononderbroken ontwikkeling door te laten maken richting hun uitstroomniveau/-uitstroombestemming. Deze streefplanning is de onderlegger voor het samenstellen van instructiegroepen, waarbij we al dan niet groepsoverstijgend werken, en het maken van de leerstofplanners voor de inhoud en organisatie van de lessen.  

Om de ontwikkeling van de leerlingen te plannen en te volgen, maakt VSO Ulingshof gebruik van de het leerlijnenpakket OGB leerroute 1 & 2 en incidenteel van  Rekenboog SLO,CED,FI en CED VSO 2012 inclusief ZML SO en Plancius. De leerlijnen worden gepland en gescoord in ParnasSys. Daarnaast maken we gebruik van verschillende vormen van toetsen; onder andere observaties, methodegebonden toetsen en methode onafhankelijke toetsen die COTAN gecertificeerd zijn. Zie voor meer informatie over toetsing, het toetsprotocol. (Kwaliteitshandboek Onderwijs en Ondersteuning)  

Samen met het team zorgt de Commissie voor de Begeleiding (CvdB) dat iedere leerling de leerstof optimaal tot zich kan nemen en zich maximaal kan ontwikkelen. De CvdB is hoofdverantwoordelijk voor de zorg en begeleiding van alle leerlingen en monitort zowel de ontwikkeling van de leerlingen als de kwaliteit van het onderwijs.    

Om de ontwikkeling van de leerlingen en de kwaliteit van het onderwijs goed te kunnen monitoren is er een kwaliteitszorgstructuur opgesteld, waarin een cyclische (PDCA) aanpak gehanteerd wordt van plannen, uitvoeren, evalueren/analyseren, opnieuw plannen, uitvoeren en weer evalueren/analyseren. De leerkracht evalueert zijn lessen en analyseert tussentijds opbrengsten van de leerling en ziet daardoor vroegtijdig wanneer een leerling niet volgens planning en verwachting ontwikkelt en past (in overleg met de IB-er) pedagogische en/of didactische interventies toe.  

Tijdens didactische groepsbesprekingen die twee keer per jaar plaatsvinden, bespreekt de intern begeleider en gedragswetenschapper met de leerkracht(en) of leerlingen op koers zitten in relatie tot hun streefplanning (evaluatie OPP).  

Als een leerling voorloopt op een of meer vakgebieden, kan ervoor gekozen worden aanpassingen te doen in het aanbod (kwantiteit en kwaliteit). Er kan voor gekozen worden extra doelen te stellen en/of er kan voor gekozen worden de focus te verleggen naar vakgebieden waarop de leerling achterloopt. De gemaakte keuzes worden vastgelegd in de OPP-evaluatie, als onderdeel van het handelingsdeel in het OPP. Voorlopen op de streefplanning kan er mogelijk toe leiden dat het OPP wordt bijgesteld en de leerling dus een andere leerroute gaat volgen.  

Wanneer een leerling achterloopt op de streefplanning, wordt gezocht naar de oorzaak hiervan en naar manieren om de leerling weer op koers te krijgen. Ook hier wordt gekeken naar aanpassingen in kwantiteit en kwaliteit. Deze aanpassing kan liggen in verandering van onderwijsaanbod (meer aandacht voor…), in verandering van de wijze waarop het onderwijsaanbod aangeboden wordt en/of in verandering van de tijd die de leerling aan dit vakgebied besteed. Mocht na het inzetten van deze interventies blijken dat de leerling blijft achterlopen op de streefplanning, kan dit er mogelijk toe leiden dat het OPP wordt bijgesteld en de leerling dus een andere leerroute gaat volgen. Een leerroute wordt echter pas aangepast wanneer duidelijk is dat inzet van pedagogische en didactische interventies niet voor verbetering heeft gezorgd. Dit hele proces wordt nauw gevolgd en gestuurd door de CvdB, die vanuit de IB-ers en GW-ers van de juiste informatie worden voorzien. Alle OPP-evaluaties worden twee keer per jaar besproken in de CvdB; wat op koers loopt ter kennisgeving, wat afwijkt wordt nadrukkelijk besproken waarbij er gekeken wordt welke vervolgacties ingezet gaan worden. OPP’s en leerroutes kunnen enkel na bespreking in de CvdB aangepast worden. Tijdens een gesprek met ouders wordt tot overeenstemming van het gewijzigde OPP gekomen en wordt het OPP definitief aangepast.

Tijdens de didactische groepsbesprekingen worden ook de groepsplannen kritisch bekeken. Samen wordt bekeken of de leerlingen uit de diverse niveaugroepen werken aan de doelen volgens streefplanning, hoe er aan deze doelen gewerkt wordt en wat het oplevert. Deze evaluatie is aanleiding voor het maken van het plan voor de volgende periode. De uitkomsten van de groepsbesprekingen en de analyse van de didactische resultaten van de leerlingen worden op groeps- en schoolniveau in de CvdB besproken. 

De sociaal-emotionele ontwikkeling wordt in kaart gebracht middels het programma Zien!, dat door de leerkracht twee keer per jaar ingevuld (najaar en voorjaar) en vervolgens in een groepsbespreking wordt besproken door de leerkracht(en), intern begeleider en gedragswetenschapper. De leerkracht stelt een groepsplan op waarin helder beschreven staat aan welke doelen gewerkt wordt en op welke wijze dat gedaan wordt. Dit plan wordt door de leerkracht tussentijds geëvalueerd en waar nodig bijgesteld of aangevuld.  

Na een half jaar wordt het opgestelde groepsplan gezamenlijk geëvalueerd (nadat Zien! opnieuw is ingevuld door de leerkracht) en bijgesteld en/of aangevuld. De uitkomsten van de Zien!-besprekingen en de analyse van de resultaten van Zien! op schoolniveau worden in de CvdB besproken. 

Bovenstaand proces staat (uitgebreider) beschreven in ons handboek en in de kwaliteitszorgkalender.  

Extra ondersteuning binnen school 
Voor een aantal leerlingen blijkt meer nodig te zijn dan de ondersteuning die VSO Ulingshof kan bieden. Voor deze leerlingen werken we nauw samen met externe disciplines om onze leerlingen de passende begeleiding bij hun ontwikkeling te bieden.

Op VSO Ulingshof zijn twee schoolverpleegkundigen werkzaam, die vanuit een sociaal-medische deskundigheid de gezondheid van de leerlingen van school bewaken en bevorderen. Zij coördineren verpleegtechnische handelingen die op school noodzakelijk zijn voor de individuele leerling en/of voeren deze uit. 

Daarnaast adviseren en ondersteunen zij de leerkrachten en onderwijsassistenten op verpleegkundig gebied. Ook houden zij toezicht op de medicatie, het bijhouden van medische dossiers en vangen zij zieke leerlingen op.  

(Kwaliteitshandboek Onderwijs en Ondersteuning 2.0, kwaliteitshandsboek algemeen 1.1.3, kwaliteitshandboek algemeen 1.1.5,  kwaliteitshandboek algemeen 2.3.4 leerstandaarden, kwaliteitshandboek 3.2.2,3.2.3 en 3.2.4, ).

Wij gebruiken cookies om onze website goed te laten werken, het gebruik te analyseren en u beter van dienst te kunnen zijn.
Bekijk ons privacybeleid